Weekly News

Eric Beers, voorzitter VER ZAKELIJKE MOBILITEIT

De elektrische toekomst maakt steden stil en schoon

Elektrisch rijden maakt een stormachtige opmars door. In 5 jaar tijd zijn er bijna 100.000 auto’s met een stekker in Nederland verkocht. Met name zakelijk rijders gaan massaal overstag. En dit is nog maar het begin: de elektrische auto wordt binnenkort mainstream. Zowel voor bedrijven als particuliere rijders.



“Stilte. Verbazing. Ongeloof. Verrassing. Enthousiasme. Bijna iedereen die voor het eerst elektrisch rijdt, gaat meteen door deze achtbaan van emoties. Tijdens het rijden overheerst de sensatie van vrijwel geluidloos voortbewegen. Elektrische auto's overtreffen daarin traditionele auto's op benzine of diesel. En zeker niet onbelangrijk: ze zijn een probaat middel tegen de problemen met de luchtkwaliteit.


Het autoverkeer neemt toe en daarmee ook de luchtvervuiling in de stedelijke regio's. Tegelijkertijd blijkt dat steeds meer mensen in grote steden gaan wonen. In Nederland gaat het, naar verwacht, om 70% van de inwoners rond 2050. Die willen – net als ieder ander – in een groene, goed leefbare stad wonen. Elektrische mobiliteit is dan niet gewenst, maar gewoon pure noodzaak. Een plezierige noodzaak, dat wel.

 

Elektrische auto’s hebben geen uitstoot aan de ‘uitlaat’. Dat betekent dat zij bij uitstek geschikt zijn om die luchtkwaliteit te verbeteren. Zeker als deze auto’s vooral gebruikt worden in randstedelijke gebieden. Uiteraard is het extra aantrekkelijk als deze auto’s ook gebruik maken van stroom die opgewekt wordt zonder uitstoot van CO2 en andere nadelige stoffen. De combinatie van elektrisch rijden en duurzame energie (zon, wind of water) is dan ook een ‘must’ voor de toekomst.


De verbrandingsmotor bestaat zo'n 130 jaar. De techniek is langdurig verfijnd waardoor de motoren veel zuiniger zijn en minder uitstoten dan vroeger. Maar volledig uitstootvrij zal een verbrandingsmotor nooit worden. Dus zijn er alternatieven nodig, zoals elektrische aandrijftechniek. De ontwikkeling ervan is kostbaar en vergt veel tijd. In het begin moeten de hoge kosten met lage aantallen worden terugverdiend. Die eerste groep klanten betaalt ‘extra’ om een nieuw, vooruitstrevend techniek te gebruiken.

 

De Nederlandse overheid heeft dit ingezien en al in een vroeg stadium elektrische auto’s gestimuleerd met een lagere bijtelling voor zakelijke auto’s. Deze auto’s rijden immers veel kilometers en zullen dus meer bijdragen aan de vermindering van uitstoot. Inmiddels lopen de leasecontracten van deze eerste generatie stekkerauto's af. Deze plug-in en vol elektrische auto’s komen daardoor beschikbaar als occasions voor de particuliere rijders. Die kunnen nu elektrisch gaan rijden. Het gemiddelde rijprofiel van een particulier rijder voldoet perfect aan hun gebruiksprofiel. Veel korte stukken die in stedelijk gebied die 100% elektrische gereden kunnen worden en een ander mooi voordeel (naast het ontbreken van uitstoot) zijn de lage kosten voor de brandstof ofwel voor de elektriciteit. Dat is voor particulieren een belangrijke factor, zij betalen deze kosten immers uit eigen zak. Per kilometer kan het voordeel oplopen tot 10 cent.

 

Elektrisch rijden is ongelooflijk leuk. Het zorgt voor betere luchtkwaliteit in de steden. En het biedt kansen voor de Nederlandse economie. Voorsorteren op elektrisch rijden dus. Waarom nu? Op korte termijn komen er betaalbare, volledig elektrische auto's met een grote actieradius (350-450 km) op de markt. Dan volgt een sterke groeikans van elektrisch rijden. Nederland kan wereldwijd een gidsland worden in de uitrol van elektrische mobiliteit. Wij hebben al een uitgebreid netwerk met laadpunten. 

 

Wat is er nu nog meer nodig? Elektrisch rijden moet voor zowel zakelijk als voor particulieren aantrekkelijk blijven en worden. De overheid kan eraan bijdragen. Niet met ongelimiteerde fiscale voordelen, maar met slimme, gerichte prikkels met een duidelijke limiet. Doorbouwen aan een goed dekkend laadnetwerk samen met de gemeentes, provincies en overheid. We zitten in een prachtige transitie waarin ons ‘vooroplopen’ enorme business opportunity’s geeft voor Nederlandse bedrijven. Daar is een langere termijnvisie met daaraan gekoppeld langlopend beleid voor nodig. Dat Nederland daarom een stap extra moet doen, lijkt niet meer dan logisch.”

Delen

Journalist

Related articles